Slag om de Atlantische Oceaan
De slag om de Atlantische Oceaan was een voortdurende zeeslag tussen de geallieerden en de asmogendheden tijdens de periode 1939-1945 met als doel de controle over de Atlantische Oceaan. Omdat Engeland niet zelfvoorzienend was, moest het haar grondstoffen laten aanvoeren over zee. Amerika was Engeland’s grootste leverancier van oorlogsmaterieel, grondstoffen en levensmiddelen. Al deze goederen werden per boot naar Engeland vervoerd. Aanvankelijk viel de Duitse zeemacht, onder leiding van admiraal Karl Dönitz, deze schepen aan met oppervlakteschepen. Ze kende enkele vroege successen door het kelderen van verschillende transportschepen en het vernietigen van het Engelse vliegdekschip HMS Courageous en het Engelse slagschip HMS Royal Oak. Het tij zou echter snel keren. Omdat de Kriegsmarine veel kleiner en zwakker was dan de geallieerde zeemachten, moesten de Duitsers al snel het onderspit delven als het neerkwam op oppervlaktegevechten. Het Duitse vestzakslagschip Graf Spee ging reeds in 1939 verloren. Het bekendste Duitse oorlogsschip, de Bismarck ging in 1941 verloren gevolgd door de Tirpitz in 1944. De Duitse Kriegsmarine probeerde hierna met U-boten (duikboten) de belangrijke levenslijn van Engeland af te snijden. De Duitse duikboten kenden tussen 1939 en 1941 enorme successen. Ze vormden groepen die bekend stonden als ‘wolvenroedels’ en vielen de transportschepen samen aan. Zo kelderden ze bijna 850 geallieerde schepen voor het verlies van slechts 43 eigen duikboten. De sleutel van hun succes lag vooral aan het feit dat de geallieerden geen geschikt wapen hadden om de dreiging van de U-boten tegen te gaan. Vanaf 1941 kwam hier verandering in. De geallieerden lieten hun schepen nu in konvooien varen. Dit betekende dat alle transportschepen in een dichte groep gingen varen die zo gemakkelijk kon beschermd worden door Engelse en Amerikaanse oorlogsschepen. Ondertussen werden deze oorlogsschepen uitgerust met sonar (een soort radar voor op zee), hydrofoons (onderwater luisterapparatuur) en dieptebommen. De konvooien werden ook beschermd vanuit de lucht. Ze kregen de steun van vliegdekschepen en van vliegtuigen van Coastal Command (kustcommando van de Engelse luchtmacht). Maar het belangrijkste voordeel dat de geallieerden bezaten was dat ze de Duitse Enigma-code hadden gekraakt. Enigma was een zeer geheime code om belangrijke berichten te versturen. Het systeem werd ontwikkeld om onontcijferbaar te zijn, zelfs al had de vijand een Enigma-machine in handen. De code werd echter in 1932 al gebroken door de Poolse cryptograaf Marian Rejewski.
De Engelse geheime dienst brak de code opnieuw in 1940 dankzij enkele in beslag genomen Enigma-machines en codeboeken. Hierdoor konden de berichten van de U-boten worden onderschept en wisten de geallieerden wat de Duitsers van plan waren. Uiteindelijk werd de Duitse blokkade doorbroken waardoor de geallieerden heer en meester werden op de Atlantische Oceaan. De Kriegsmarine bracht 3500 transportschepen en 180 geallieerde oorlogsschepen tot zinken. Zelf verloor de Kriegsmarine 783 duikboten en enkele oppervlakteschepen.
Het enige gevaar dat mij tijdens de tweede wereldoorlog angst aanjoeg, waren de Duitse U-boten. Winston Churchill – Eerste minister van Engeland