Het Oostfront

Aanvankelijk waren Duitsland en Rusland bondgenoten door het Molotov-Ribbentrop pact. Hierdoor werden er enorme hoeveelheden Russische grondstoffen zoals rubber, olie en metaal en levensmiddelen zoals graan uitgevoerd naar Duitsland. In 1939 heeft de Russische dictator Stalin zelfs militaire steun aan Hitler verleend tijdens de invasie van Polen. Ondanks deze vroege samenwerking is er nooit echt sprake geweest van een hechte relatie tussen de twee dictators. Hitler verachtte de Slavische en Joodse bevolking van Rusland en had een hekel aan de bolsjewistische ideologie en het communistische bestuurssysteem. Hij wou het Duitse grondgebied uitbreiden in oostelijke richting. Deze expansie noemde hij het vergaren van ‘Lebensraum’ of leefruimte. Hitler wou deze ruimte afpakken van volkeren die hij ‘Untermenschen’ noemde. De Nazi’s beschouwden de Germaanse volkeren, het Arische ras, als superieur. De minderwaardige ‘Untermenschen’ moesten dus uit de Arische maatschappij gezuiverd worden. Miljoenen Joden, zigeuners, gehandicapten, homoseksuelen en mensen van het Slavische ras werden hierdoor vermoord door de Nazi’s. Ook de inwoners van Rusland werden door Hitler bestempeld als minderwaardig en dus was het voor hem gerechtvaardigd om deze volkeren uit te roeien. Op 22 juni 1941 verbrak Hitler het Molotov-Ribbentrop pact en viel hij Rusland zonder waarschuwing aan.. De verassing was zelfs zo groot dat er op de dag van de aanval nog treinen met Russische kolen en mineralen over de Duitse grens reden. De invasie van Rusland kreeg de naam Operatie Barbarossa. Wederom zou de Duitse Luftwaffe de spits afbijten. Op de eerste dag van de aanval verloren de Russen bijna 1600 vliegtuigen. De volgende dag omsingelden de Duitse troepen het stadje Brest-Litovsk.

 

De Russen trokken zich terug in het fort van Brest waar ze het tegen alle verwachtingen zes dagen uithielden tegen de Duitsers die hen constant met zware artillerie bestookte. Twee Duitse pantsergroepen waren ondertussen meer dan 300 kilometer naar het oosten opgerukt en veroverden daar de stad Minsk. Tegen 10 juli waren de Duitsers de rivier Djnepr al overgestoken en sloten ze de stad Smolensk. Er hadden zich al bijna 2.250.000 Russische soldaten overgegeven. In deze eerste weken van Operatie Barbarossa ging alles goed voor de Duitsers. Het weer zat mee en ze hadden de Russen compleet verrast. Ze waren al 700 kilometer in Russisch gebied doorgedrongen en Moskou kwam in hun vizier. Het tij zou echter snel keren. Zware regenbuien toverden het landschap om in enorme modderpoelen. Voertuigen, paarden en soldaten kwamen vast te zitten in de modder. Ook de Duitse verliezen begonnen zich stilaan op te stapelen: in augustus waren al 500.000 Duitse soldaten gesneuveld. De Duitse velmaarschalk Fedor von Bock gaf het bevel om de opmars tijdelijk stop te zetten. Ondertussen werden nieuwe voorraden en munitie aangevoerd en werden beschadigde voertuigen opgelapt. Von Bock wou hierna doorstoten naar Moskou maar Hitler hield hem tegen. Op bevel van Hitler moest von Bock zijn twee pantsergroepen afstaan. Een groep ging richting Noord-Oekraïne, de andere zou ingezet worden tijdens het beleg van Leningrad. Ondertussen had Hitler besloten dat het zwaartepunt van de Duitse aanval zich zou verplaatsen naar het zuiden. De legergroep van von Rundstedt moest in Kiev vier Sovjetlegers omsingelen en uitschakelen. De Russische soldaten hadden het bevel gekregen om niet terug te trekken en verdedigden Kiev met hun leven. De Duitse aanval was echter niet te stoppen met als gevolg dat Kiev op 19 september viel en dat bijna 665.000 Russische soldaten krijgsgevangen werden genomen.

 

Op 8 september 1941 gaf Hitler het bevel om de havenstad Leningrad in het noorden van Rusland te bezetten. De Duitse generaal von Leeb probeerde eerst Leningrad te veroveren doormiddel van een snelle doorstoot. Russische mariniers, ondersteund door gemobiliseerde burgers, sloegen de Duitse aanval echter af. De verdediging van Leningrad werd georganiseerd door de Russische politicus Andrej Zjdanov. Hij zorgde ervoor dat er in alle haast loopgraven, antitankgrachten en bunkers werden gebouwd en dat het reguliere Russische leger werd verstrekt door burgervrijwilligers. Het tekort aan wapens werd gecompenseerd door het maken van molotovcocktails. Dit waren gewone flessen die gevuld werden met benzine en olie en dienden als brandbommen. Russische kinderen verzamelden maar liefst 1 miljoen glazen flessen van de straten om molotovcocktails te maken. Ondertussen hadden de Duitsers de aanvoerlinies naar Leningrad afgesneden en de dorpjes rond de stad veroverd. Leningrad werd omsingeld en het beleg ging van start. De burgervrijwilligers hadden nauwelijks wapens en moesten vechten met oude geweren, bijlen, houwelen en brandbommen. Uit museums werden zelfs oude kanonnen en sabels gehaald om de strijd met de Duitsers aan te gaan! Merkwaardig was dat zelfs tijdens het beleg de oorlogsfabrieken in Leningrad bleven produceren. Afgewerkte tanks werden door de soldaten rechtstreeks uit de fabriek opgehaald en naar het front gereden.

 

Toen de eerste Duitse bommen op Leningrad vielen, waren de Russische verdedigers niet erg onder de indruk. De situatie veranderde echter toen de Duitsers de voedselvoorraad van de stad wisten te vernietigen. Men had uitgerekend dat er nog voor twee maanden voedsel aanwezig was is de stad. Daarom werd alles gerantsoeneerd. Ondertussen had generaal Zjoekov de verdediging van Leningrad overgenomen. Hij herorganiseerde de verdediging en bracht katjoesja’s in stelling. Dit waren raketwerpers gemonteerd op vrachtwagens met een geweldige vuurkracht. De Duitsers gaven de katjoesja’s de bijnaam ‘het Stalinorgel’. De Duitse troepen hadden geen tanks voor de aanval op Leningrad. Deze waren op bevel van Hitler weggehaald voor Moskou aan te vallen. Mede hierdoor werden de Duitsers in september 1941 vlak voor Lenigrad tegengehouden. Naarmate de voorraden slonken, nam de honger toe. Tienduizenden kwamen tijdens het beleg om van de honger en de koude. Op 18 januari 1943 werd de Duitse omsingeling dan toch doorbroken en kon men nieuwe voorraden aanvoeren. De gevechten rond de stad werden echter in alle hevigheid voortgezet en het zou nog tot 27 januari 1944 duren voordat de Duitsers definitief verdreven werden uit Leningrad. Gelijktijdig met de aanval op Leningrad zette de Duitse generaal Guderian, een ervaren tankcommandant en medebedenker van de Blitzkrieg-tactiek, de aanval op Moskou in. Deze aanval kreeg de naam Operatie Tyfoon mee. De Duitse opmars kwam onverwacht voor de Russen maar de weergoden waren hen weer goed gezind. Zware herfstregens veranderden het landschap in modderpoelen waardoor de Duitse tanks kwamen vast te zitten. Om de situatie nog erger te maken viel er in oktober de eerste sneeuw. De meeste Duitse soldaten waren niet uitgerust op deze omstandigheden en beschikten niet over genoeg winterkledij. De vrieskou eiste haar eerste doden onder de Duitse soldaten. Ondanks deze tegenslagen kon het Duitse leger tot op 32 kilometer van de Russische hoofdstad oprukken. Generaal Zjoekov, de verdediger van Leningrad, was ondertussen in Moskou aangekomen. Wederom liet hij de bevolking antitankgrachten graven en barricades opzetten. Ondertussen had Stalin nieuwe troepen uit Siberië en het oosten van Rusland laten overkomen voor de verdediging van Moskou. Deze goed uitgeruste troepen waren het gewend om in winterse omstandigheden te vechten. Met de hulp van deze nieuwe versterkingen konden de Duitse troepen in november 1941 voor Moskou tot staan gebracht worden. Operatie Barbarossa was tot nu toe een kostelijke onderneming geweest: de Duitse troepen hadden al meer dan een miljoen manschappen verloren en duizenden van hun tanks en vliegtuigen waren vernietigd. Daarenboven hadden ze geen enkel vooropgesteld doel bereikt en werd het weer steeds slechter. Het leek erop dat Hitler hetzelfde lot zou ondergaan als Napoleon. Hitler ondernam toch nog een poging om terrein te veroveren in Rusland. Het zou zijn laatste zijn. Op 17 juli 1942 gaf hij het bevel om de stad Stalingrad aan te vallen. Deze industriële stad was genoemd naar de Russische dictator Jozef Stalin. Stalingrad, dat aan de rivier de Wolga lag, was het paradepaardje van Stalin en zou onder geen beding in Duitse handen vallen. De Duitsers opende de aanval met een enorm artilleriebombardement gevolgd door bommenwerpers van de Luftwaffe. Al gauw lag de stad in puin en probeerde het Duitse Zesde Leger, onder leiding van generaal Paulus, de stad te omsingelen.

 

Beide partijen werden al snel verwikkeld in meedogenloze man tot man gevechten in de vernielde gebouwen van de stad. De Russen gebruikten het puin in hun voordeel en wierpen overal barricades op. Dit vertraagde de Duitse tanks en hun troepen kwamen slecht gestaag vooruit. Het rioleringssysteem werd door de Russen gebruikt om onopgemerkt voorraden en versterkingen aan te voeren. Bovengronds brachten Russische sluipschutters de Duitse soldaten zware verliezen toe. De Russische generaal Zjoekov verzamelde een leger van meer dan 1 miljoen manschappen en 1000 tanks. Hij wachtte tot de winterkoude de grond bevroor waardoor deze berijdbaar zou zijn voor tanks. De soldaten en tanks van Zjoekov vielen de Duitse flanken aan die verdedigd werden door Roemeense soldaten (Roemenië was een bondgenoot van Duitsland). De Russen braken snel door de Duitse en Roemeense verdediging en sneden de aanvoerlinies van het Duitse Zesde Leger af. Hierdoor had generaal Paulus nog voor slechts zeven dagen munitie en proviand. Daarbovenop kwam ook nog eens het feit dat het soms tot -40° Celsius vroor. Hij zag in dat de strijd verloren was en gaf zich samen met zijn leger op 31 januari 1943 over. In het najaar van 1943 had Duitsland de oorlog aan het oostfront eigenlijk al verloren. Hitler deed nog enkele vergeefse pogingen om de verloren gebieden te heroveren. Het Duitse leger trok zich massaal terug uit Centraal- en Oost-Europa, op de hielen gezeten door het Rode Leger. Een van de doelen van Operatie Barbarossa was het innemen van de olierijke gebieden in de Kaukasus, de Donets en de Wolga. Hitler had deze olie nodig om zijn industrie en de oorlog op gang te houden. Ook het verlies van Oekraïne, met zijn enorme graanvoorraad, was een aderlating voor Duitsland. Het oostfront verplaatste zich nu van Rusland richting Wit-Rusland en Polen. In 1945 stond het Rode Leger aan de poorten van het Duitse Rijk. Stalin wou maar 1 ding: het veroveren van Berlijn om daarna de N azi’s te laten boeten voor hun aanval op Rusland.