Europa na de Eerste Wereldoorlog

Het einde van de Eerste Wereldoorlog op 11 november 1918 werd bezegeld met de ondertekening van het Verdrag van Versailles. Dit vredesverdrag werd opgesteld op 28 juni 1919, exact 5 jaar naar de moord op de Oostenrijkse kroonprins Frans Ferdinand. Dankzij het Verdrag van Versailles werd de Volkenbond opgericht. Deze internationale organisatie had als doel om een einde aan alle oorlogen te maken en de vrede te bewaren. Op haar hoogtepunt waren 58 landen lid van de Volkenbond. Jammer genoeg had de bond geen middelen om haar beslissingen met daadkracht bij te staan en weigerden enkele invloedrijke landen zoals de Verenigde Staten lid te worden waardoor haar doel verloren ging. De Volkenbond werd na de Tweede Wereldoorlog succesvol opgevolgd door de Verenigde Naties. Een tweede gevolg van het Verdrag van Versailles was een enorme gebiedsinperking van Duitsland. België, Frankrijk, Polen, Tsjecho-Slowakije en Denemarken kregen allemaal een stuk voormalig Duits grondgebied als vergoeding voor hun gelede schade tijdens de Eerste Wereldoorlog. Daarenboven moest Duitsland ook al haar kolonies afstaan en werd het verplicht bijna al haar wapens in te leveren. Het Duitse leger mocht nog maximaal uit 100.000 manschappen bestaan en kon niet meer beschikken over tanks en vliegtuigen. Het moest ook de aanwezigheid van een geallieerde bezettingsmacht in haar grensgebieden tolereren. Als laatste moest Duitsland het enorme bedrag van 132 miljard goudmark betalen aan de geallieerden. Tijdens de bespreking en opstelling van het Verdrag van Versailles had Duitsland geen inbreng. Het moest simpelweg de voorwaarden aanvaarden. Daarom beschouwde Duitsland het verdrag als een opgelegde vrede. Ze noemden het dan ook het ‘Diktat von Versailles’, het dictaat van Versailles. Al snel nam de ontevredenheid onder de Duitse bevolking toe. Politieke onrust en instabiliteit namen de overhand in de nieuwe Duitse Weimarrepubliek vanaf 1919. Communistische bewegingen, legergroeperingen en onafhankelijke groeperingen zoals de Vrijkorpsen bestaande uit oud-militairen gingen vaak op de vuist met rechtse bewegingen, nationalisten en monarchisten. Enkele staatsgrepen werden ondernomen waaronder de ‘Bierkellerputsch’ van 1923 onder leiding van de jonge Adolf Hitler. Na deze staatsgreep werd Hitler veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf. Tijdens deze periode schreef hij zijn boek ‘Mein Kampf’ waarin hij de grondvesten legde voor het latere Nazisme.

De uit Oostenrijk afkomstige Adolf Hitler trok in 1913 naar het Duitse München om daar kunstenaar te worden. Hij werd echter niet toegelaten op de kunstacademie en ging een jaar later vrijwillig in dienst van het Duitse leger. Hij werd meermaals onderscheiden tijdens de Eerste Wereldoorlog maar klom nooit hoog op in de militaire rangen omdat zijn oversten geen leidersfiguur in hem zagen. De oorlog verbitterde Hitler welke in 1919 zijn toevlucht zocht en vond in de politiek. Hij sloot zich aan bij de Duitse Arbeiderspartij welke hij omvormde tot de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP). Door de combinatie van de zware herstelbetalingen en de wereldwijde economische crisis na de beurscrash van Wall Street in 1929, stond Duitsland op de rand van bankroet. Er was geen werk en de prijzen van levensmiddelen rezen de pan uit. Basisgoederen zoals brood werden bijna onbetaalbaar. De Duitse bevolking stond aan de rand van de afgrond en zocht redding. Deze kwam er in de vorm Hitler’s NSDAP. Hij ging openlijk in tegen het Verdrag van Versailles en investeerde in zware economie en wapenindustrie.

Zijn NSDAP, een extreem rechtse nationaal socialistische partij, zorgde voor een economische en sociale heropleving van Duitsland. Hitler, de redder van Duitsland, kwam dankzij zijn verwezenlijkingen maar ook dankzij terreur en propaganda in 1933 als enige partij aan de macht in Duitsland. Hij werd in dat jaar ook Rijkskanselier van Duitsland. Hitler bouwde Duitsland uit tot het Derde Rijk. De NSDAP steunde op de volgende principes:

 

  • verheerlijking van het Arische ras
  • de Fuhrer (Hitler) als centrale leidersfiguur
  • één partij (de NSDAP)
  • militaire kracht
  • revanchisme (wraak nemen op de oude vijanden van Duitsland)
  • Jodenhaat (antisemitisme)
  • heroveren van vroegere kolonies en grondgebied
  • uitbreiding van het Duitse Rijk (Lebensraum)
  • losmaken van het Verdrag van Versailles
  • afkeer van bolsjewisme, communisme en democratie

 

Gelijktijdig met het Nazisme ontstaat in Italië een soortgelijke beweging. Het Verdrag van Versailles beloofde Italië na de Eerste Wereldoorlog een aanzienlijke gebiedsuitbreiding. Achteraf werden deze afspraken niet nagekomen wat zich (net zoals in Duitsland) vertaalde in politieke instabiliteit en sociale onrust. Vanuit deze ellende zag Benito Mussolini, een Italiaanse leerkracht en journalist, zijn kans schoon om aan de macht te komen. Net zoals Hitler was Mussolini een veteraan van de Eerste Wereldoorlog. Mussolini vond dat de Volkenbond Italië bedrogen had en richtte in 1919 de Fascistische Partij op. Hij organiseerde met zijn volgelingen de ‘Mars op Rome’ waarbij hij deze stad wou innemen. Hitler haalde hier trouwens de inspiratie voor zijn ‘Bierkellerputsch’. De Italiaanse koning Victor Emmanuel III wou een conflict vermijden en benoemde Mussolini tot regeringsleider. Eenmaal aan de macht ruimde deze al zijn politieke tegenstanders uit de weg en verving het parlement door zijn Grote Fascistische Raad. Hierdoor verkreeg Mussolini als dictator de volledige macht over Italië en regeerde zijn Partito Nazionale Fascista met ijzeren hand.

 

  • het Italiaans Fascisme steunt op een politieke dictatuur
  • openlijk machtsvertoon en geweld
  • aan het hoofd van de maatschappij staat de ‘Duce’
  • Fascisme is extreem nationalistisch
  • opheffing van klassen, sociale eenheid
  • tegenstander van traditionele linkse- en rechtse partijen
  • continue strijd voor het voortbestaan van de natie
  • tegen communisme en liberalisme

 

Omwille van de gelijkaardige ideologieën werden Duitsland en Italië in 1937 bondgenoten dankzij het Anti-Komintern. Dit was een overeenkomst tussen Duitsland, Italië en Japan om samen de strijd aan te binden tegen het communisme. Duitsland zou enkele jaren later zelf deze overeenkomst schenden door het Molotov-Ribbentroppact af te sluiten met Rusland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vochten Duitsland en Italië zij aan zij. Vaak moesten de Duitse troepen hun Italiaanse kameraden te hulp schieten. Mussolini had zijn eigen militaire sterkte zwaar overschat en die van zijn tegenstanders onderschat. Na talloze militaire nederlagen gaf de Italiaanse koning Victor Emmanuel III zich op 8 september 1943 over aan de geallieerden. Mussolini werd gearresteerd en veroordeeld tot huisarrest op de Gran Sasso berg. Op 12 september 1943 werd hij door een speciaal Duits commando, onder leiding van SS-majoor Otto Skorzeny, bevrijd en overgevlogen naar Duitsland. Hierop ontstond er een burgeroorlog in Italië waarbij Mussolini’s Partito Fascista Repubblicano weer met de Duitsers meevocht en de nieuwe regering onder maarschalk Pietro Badoglio zich bij de geallieerden voegden. Gedurende de Tweede Wereldoorlog is Italië steeds het zorgenkindje van Hitler geweest.