De slag om Engeland
Het was eigenlijk nooit Hitler’s bedoeling geweest om Engeland tot vijand te maken. Hij vreesde vooral de Engelse marine die toen als de sterkste ter wereld gold. Het was dan ook een enorme tegenslag voor Hitler toen hij vernam dat Engeland, als reactie op de inval in Polen, de oorlog aan Duitsland verklaarde. Zelfs na de slag om Frankrijk wou Hitler nog steeds vrede sluiten met Engeland. Hij stootte echter op Winston Churchill, de Engelse eerste minister. Hij herkende onmiddellijk de dreiging die Hitler voor de wereld vormde. Op 22 juni 1940 werd het Duitse vredesvoorstel definitief door Engeland verworpen. Hierna beval Hitler op 6 juli 1940 om Operatie Zeeleeuw te startten. Met dit plan wou hij Engeland via de Noordzee veroveren. Dit zou gedaan worden met trage landingsvaartuigen die kwetsbaar waren voor luchtaanvallen van de Engelse luchtmacht, de Royal Air Force (RAF). Daarom moest de RAF eerst uitgeschakeld worden door de Duitse Luftwaffe. De Luftwaffe stond onder het bevel van Rijksmaarschalk Hermann Göring. Duitsland had op dat moment één van de sterkste luchtmachten ter wereld. Daarom dacht Göring aanvankelijk slechts 4 dagen nodig te hebben om de RAF te vernietigen en zo de weg vrij te maken voor Operatie Zeeleeuw. De Luftwaffe beschikte over 2600 vliegtuigen. De RAF stond op dat moment onder leiding van generaal Hugh Dowding. Dowding beschikte over 1900 vliegtuigen waarvan er slechts 640 jachttoestellen waren. De confrontatie tussen de RAF en de Luftwaffe staat bekend als de Slag om Engeland. Deze luchtslag werd tussen juli en oktober 1940 uitgevochten boven Engeland en de Noordzee. In de eerste fase viel de Luftwaffe konvooischepen en doelwitten op de Engelse kust aan om zo de RAF uit haar tent te lokken. Het Engelse Fighter Command trapte echter niet in deze val. Daarom veranderde Göring van strategie. Hij ging nu doelen aanvallen die de RAF wel moest verdedigen. Daarom begon de Luftwaffe met het bombarderen van havens, industriegebieden en vliegvelden. Deze waren te kostbaar voor Engeland, dus reageerde de RAF onmiddellijk.
De Engelse piloten,versterkt door Poolse, Belgische, Franse, Tsjechische, Nieuw-Zeelandse, Canadese, Amerikaanse, Zuid-Afrikaanse, Australische, Ierse, Palestijnse en Jamaicaanse collega’s, boden hardnekkig weerstand. Zo schoten honderden Duitse vliegtuigen neer en kwamen vaak als winnaars uit de luchtduels. Göring voerde de intensiteit van de Duitse bombardementen op. Soms voerde de Luftwaffe wel 200 vluchten per dag uit. Het numerieke overwicht werkte in het voordeel van de Duitsers. De Engelse luchtmacht kon de vliegtuigen die ze verloren wel vervangen, maar ze hadden problemen met vervanging te vinden voor hun oververmoeide of gesneuvelde piloten. Ze moesten hun opleidingsprogramma voor piloten drastisch inkorten wat vaak te merken was aan de vliegkwaliteiten van de vervangpiloten. Engeland had echter een groot voordeel. Het beschikte over verschillende radarstations. Radar staat voor Radio Direction And Ranging. Een radarsysteem zendt elektrische golven uit. Wanneer deze golven een voorwerp (zoals een vliegtuig) tegenkomen, worden deze teruggekaatst. De teruggekaatste golf wordt dan opgevangen door de radar. Radaroperatoren kunnen dan de positie van vijandelijke vliegtuigen aflezen op een scherm. Zo was het mogelijk om te zien waar de Luftwaffe naartoe vloog waarna men deze positie doorgaf aan de Engelse jachtvliegtuigen. Het meest voorkomende Duitse jachtvliegtuig, de Messerschmitt Bf 109, kon slechts 30 minuten boven Engeland vliegen vanwege zijn korte bereik. Hierdoor vlogen de Duitse bommenwerpers vaak alleen en waren zo een gemakkelijke prooi voor de Engelse jachtvliegtuigen. Zelfs na aanhoudende luchtgevechten kreeg Göring de RAF niet op haar knieën. Daarom besloot hij om ook burgerdoelwitten aan te vallen. Deze periode van bombardementen stond onder de Engelse bevolking bekend als de ‘Blitz’. Steden zoals Londen, Manchester, Portsmouth, Coventry en Birmingham werden ’s nacht door Duitse bommenwerpers gebombardeerd. Londen werd maar liefst 57 nachten achter elkaar bestookt. De burgerbevolking moest tijdens de luchtaanvallen schuilen in kelders, bunkers en in de metro. Het was voor hen ook verboden om tijdens de nacht licht aan te laten. Straatlampen en verkeerslichten werden gedoofd waardoor er tijdens deze verduistering veel ongelukken gebeurden met voetgangers en automobilisten. Uit voorzorg werden kinderen die in grote steden woonden geëvacueerd naar het platteland. Men vreesde dat in het geval van een Duitse invasie er te weinig Engelse soldaten zouden zijn. Daarom richtte men de ‘Home Guard’ op. Dit was een soort reserveleger dat bestond uit vrijwilligers die niet in aanmerking kwamen voor gewone legerdienst (meestal omdat ze te oud waren). Hoewel ze slecht getraind en slecht bewapend waren, volbrachten zij toch nuttige taken zoals het bewaken van fabrieken en vliegvelden, en het bemannen van observatieposten en luchtafweergeschut. Ondanks de uitgebreide maatregelen verloren 43.000 burgers het leven tijdens de ‘Blitz’. Ook ’s nachts was de RAF actief met nachtjagers die ondersteund werden door luchtafweergeschut. De Engelse luchtmacht reageerde door de Duitse hoofdstad Berlijn te bombarderen. Hitler was woedend op Göring omdat hij beloofd had dat er geen enkele bom op Duits grondgebied zou vallen. In zijn woede beval Hitler dat de Luftwaffe zowel overdag als ’s nachts de Engelse steden moest aanvallen. Hierdoor verminderde de bombardementen op de Engelse vliegvelden en kon men de nodige herstellingen uitvoeren op de beschadigde vliegtuigen. Steeds meer vrijwilligers meldden zich aan voor dienst in de Engelse luchtmacht zodat er meer en meer piloten konden opgeleid worden. Voor de Luftwaffe werd het steeds moeilijker om de luchtgevechten te winnen.
De Duitse piloten leden zware verliezen en hadden het nadeel dat, wanneer ze werden neergeschoten boven Engeland, ze onmiddellijk krijgsgevangen werden genomen. Het werd duidelijk dat er geen definitieve Duitse overwinning zou volgen, dus besloot Hitler om Operatie Zeeleeuw voor onbepaalde tijd uit te stellen. Hoewel er 544 geallieerde piloten sneuvelden, triomfeerde de Royal Air Force tijdens de slag om Engeland.
Nog nooit hebben zo velen, zoveel te danken aan zo weinigen. Winston Churchill – Eerste minister van Engeland