Afrika
Wanneer Mussolini op 10 juli 1940 besluit om zich in de oorlog te mengen, breidt de oorlog zich uit naar twee nieuwe slagvelden – Noord-Afrika en het Middellandse Zeegebied. Hier zag het er niet zo goed uit voor de geallieerden. Italië had 550.000 soldaten en 1700 vliegtuigen in het Middellandse Zeegebied. Engeland kon hier slechts 73.000 soldaten en 370 vliegtuigen tegenover stellen. Alleen op zee hadden de Britten de bovenhand. Na de eerste confrontaties was het duidelijk dat de Italianen op alle fronten aan het winnen waren. Hierop besloot Churchill om versterkingen naar het Middellandse Zeegebied te sturen. De komst van 150 Britse tanks (die beter waren dan de Italiaanse) weerhielden de Italianen ervan om het Suezkanaal in te nemen. Het Suezkanaal vormde de doorgang naar de Arabische olievelden en Brits-Indië en was voor Churchill te kostbaar om zo maar verloren te laten gaan. De Engelse bevoorradingskonvooien stoomden richting het Engelse eiland Malta en kwamen zo in het bereik van de Italiaanse vloot. Deze vloot kon een ernstige bedreiging vormen voor de aanvoerroutes. Daarom bedacht de Engelse admiraal Edward Cunningham een gewaagd plan. In de nacht van 11 op 12 november 1940 zouden 21 Fairey Swordfish torpedobommenwerpers (oude tweedekkers) opstijgen van het Engelse vliegdekschip HMS Illustrious om de Italiaanse haven van Taranto en de Italiaanse schepen te bombarderen. Hun verrassingsaanval was een succes. Drie van de zes Italiaanse slagschepen werden zwaar beschadigd en waren, omwille van grote herstellingswerken, lang buiten strijd gesteld. Malta bleef een doorn in het oog van Hitler en Mussolini. Het eiland lag centraal in de Middellandse Zee en de geallieerde vliegtuigen en schepen die er gestationeerd waren vormden een constante bedreiging voor de aanvoerroutes van de asmogendheden. Met hernieuwde moed begonnen de Engelsen op 9 december 1940 aan hun tegenaanval in Egypte. De Italianen werden compleet verrast en binnen enkele dagen moesten zij de belangrijke havenstad Tobruk afstaan. Het was een enorme nederlaag voor het Italiaanse leger: 120.000 Italiaanse soldaten werden krijgsgevangen gemaakt. Geleidelijk aan werden de Italiaanse troepen uit Oost-Afrika verdreven. De Engelsen konden even op adem komen en nieuwe voorraden en versterkingen laten aanrukken. Deze rustpauze was echter van korte duur.
Hitler besloot om Mussolini te helpen door vliegtuigen en 2 gemechaniseerde divisies naar Afrika te sturen. Op 12 februari 1941 kwam de Duitse veldmaarschalk Erwin Rommel, alias de ‘Woestijnvos’, aan in Afrika. Hij was de opperbevelhebber van het Duitse Afrikakorps (DAK) dat spoedig in actie zou komen. Op 24 maart viel Rommel de Britten aan en verdreef hen uit Cyrenaica (het huidige Libië). De Britten, onder leiding van veldmaarschalk Wavell, trokken zich terug naar de havenstad Tobruk. Rommel wilde deze versterkte stad links laten liggen en doorstoten naar het Suezkanaal maar hij kreeg de opdracht van het Duitse opperbevel om Tobruk in te nemen. Wavell’s troepen kwamen voor het eerst in contact met het gevreesde Duitse 88-millimeter kanon. De licht gepantserde Britse Matilda II en Crusader tanks waren geen partij voor dit kanon. De verdedigers van Tobruk kregen versterkingen om Operatie Battleaxe in te zetten. Het doel van deze operatie was om de Duitsers en Italianen terug uit Cyrenaica te drijven. Het draaide echter op een complete ramp uit voor de Britten. De troepen van veldmaarschalk Rommel schakelden 90 Britse tanks uit. Na deze nederlaag was Churchill zo kwaad op Wavell dat hij hem verving door generaal Auchinleck. De nieuwe Britse bevelhebber ging onmiddellijk aan het werk. Hij zorgde dat zijn troepen werden bevoorraad en dat er Australische versterkingen kwamen. Er werd zelfs een aanslag op Rommel gepland door Britse commando’s. Een nieuwe operatie om Tobruk in Britse handen te houden kreeg de naam Operatie Crusader. De Britse tanks overdonderde de Duitse troepen totdat Rommel het DAK op hen afstuurde. Een Nieuw-Zeelandse divisie was er echter in geslaagd om door de Duitse linies te breken en zich aan te sluiten bij de ingesloten troepen in Tobruk. Het Afrikakorps had te kampen met brandstofgebrek en werd dagelijks aangevallen door geallieerde vliegtuigen. Op 7 december 1941 trok Rommel zich terug. Tobruk had stand gehouden.
Beide kampen likten hun wonden. De Britten zetten een verdedigingslinie op, de Gazala-linie. Rommel hergroepeerde zijn troepen en plande een aanval op de Britse linie. De Italianen zouden vanuit het westen aanvallen terwijl Rommel’s tanks de linie langs het oosten moesten doorbreken. De Gazala-linie was slecht verdedigd en de hele zuidflank kwam al gauw in Duitse handen. Vele Britse tanks werden vernietigd en al gauw moesten de Britten zich terugtrekken richting Egypte. Het garnizoen in Tobruk, bestaande uit Zuid-Afrikanen, kon niet verhinderen dat Rommel de stad omsingelde. Tobruk viel op 21 juni 1942 opnieuw in Duitse handen.
De Britten moesten zich nu terugtrekken naar een nieuwe verdedigingslinie bij El Alamein. Ondertussen had Churchill een nieuwe aanvoerder aangeduid. Veldmaarschalk Bernard Montgomery zou El Alamein koste wat het kost verdedigen en behouden. Hij zorgde ervoor dat er nieuwe tanks, kanonnen en manschappen kwamen. Montgomery’s leger was nu numeriek sterker dan dat van Rommel en beter bevoorraad. Rommel had problemen met zijn bevoorradingslijnen omdat de geallieerden zijn havens hadden gebombardeerd. Hij had bijna geen brandstof meer voor zijn voertuigen en tanks maar besloot toch om El Alamein aan te vallen voordat de Britten hun verdedigingen te sterk hadden gemaakt. Montgomery’s tanks en troepen hadden ondertussen strategische plaatsen ingenomen en vielen het DAK frontaal aan. Ondertussen beschoot zijn artillerie de Duitse troepen waardoor Rommel geen terreinwinst kon boeken.
Rommel’s troepen waren uitgeput en hadden bijna geen munitie en voorraden meer. Ze maakten geen vorderingen meer en mede door het grote verlies aan manschappen was hun moraal erg laag. Het brandstofgebrek was nu zo acuut geworden dat veldmaarschalk Rommel geen andere keus had. Hij gaf het beleg van El Alamein op en blies de aftocht. Het DAK trok zich terug richting Tunesië.
Ondertussen was Amerika betrokken geraakt in de Tweede Wereldoorlog. Op 7 december 1941 werd de Amerikaanse marinebasis op Pearl Harbor zonder waarschuwing aangevallen door het Japanse keizerrijk. De volgende dag verklaarde Amerika de oorlog aan Japan en op 11 december 1941 aan Duitsland. Om het Duitse leger definitief uit Afrika te drijven, werd er een grote geallieerde operatie op touw gezet. Deze invasie van Noord-Afrika kreeg de naam ‘Operatie Toorts’. Het plan was om op 8 november 1942 zo’n 107.000 Britse en Amerikaanse soldaten met amfibische voertuigen aan land te zetten in Marokko en Algerije en om parachutisten enkele belangrijke vijandelijke vliegvelden te laten veroveren. Toen de eerste geallieerde soldaten op de stranden van Casablanca, Oran en Algiers landden, werden zij beschoten door Vichy-Franse soldaten die ingeschakeld waren om de havens op de Noord-Afrikaanse kust te bewaken. Vichy-Frankrijk was het zuidelijke deel van Frankrijk dat openlijk met de Duitsers collaboreerde vanaf 22 juli 1940. Het had zijn eigen regering onder leiding van maarschalk Philippe Pétain, maar was wel verantwoording verschuldigd aan Hitler. Deze Vichy-Franse troepen waren slecht bewapend en werden als snel door de geallieerde troepen onder de voet gelopen. Enkele dagen na de landingen gaven de Vichy-Franse soldaten zich reeds over. Om de opmars van de geallieerden in Noord-Afrika te stoppen, zond Hitler extra troepen en vliegtuigen naar Libië en Tunesië. Voor de Amerikanen was dit hun eerste gevechtservaring. De onervaren en slecht geleide Amerikaanse troepen leden al snel grote verliezen. Hun lichte M3 Lee en M3 Stuart tanks waren geen partij voor de zware Duitse Panzer IV en Tiger I tanks. Tijdens de slag om Kasserine, een bergpas in het Atlasgebergte, sneuvelden meer dan 10.000 geallieerde soldaten. Op 9 maart 1942 moest veldmaarschalk Rommel het slagveld wegens ziekte verlaten. Dit was goed nieuws voor het geallieerde opperbevel. Montgomery rukte op langs de Tunesische kust terwijl de Amerikaanse generaal Patton het westen van Tunesië heroverde. De Duitse generaal von Arnim probeerde een geallieerde omsingeling te verhinderen. Zijn aanvoerlinies werden echter afgesneden waardoor hij noodgedwongen zijn aanval moest stopzetten. De Duitse troepen trokken zich terug naar Kaap Bon waar ze zich op 13 mei overgaven. Meer dan 275.000 Italiaanse en Duitse soldaten werden krijgsgevangen. Na drie jaar strijden hadden de geallieerden eindelijk Afrika veroverd.